Hoeveel inkomen heb jij straks nodig?
En misschien nog belangrijker:
Heb je al een plan om daar te komen?
Pensioen voelt voor veel mensen nog ver weg. Zeker als je nog volop werkt, een bedrijf runt of kinderen hebt die veel aandacht vragen.
Toch is wachten niet altijd slim.
Hoe eerder je weet hoeveel pensioen je later kunt verwachten, hoe meer mogelijkheden je hebt om bij te sturen.
Misschien bouw je al voldoende pensioen op.
Misschien heb je een pensioentekort.
Of misschien wil je helemaal niet wachten tot je AOW-leeftijd.
In deze blog leggen we uit hoe het Nederlandse pensioenstelsel werkt, welke mogelijkheden je hebt om extra pensioen op te bouwen en waarom ook je hypotheek en vermogen onderdeel zijn van een goede pensioenplanning.
Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers:
Samen vormen deze onderdelen de basis van je toekomstige pensioeninkomen.
Maar hoeveel je uiteindelijk nodig hebt, verschilt per persoon.
Iemand die na zijn pensioen veel wil reizen heeft een ander inkomen nodig dan iemand die vooral rustig thuis wil wonen.
Daarom begint goede pensioenplanning niet met een product.
Het begint met een plan.
De eerste pijler is de AOW.
Wie in Nederland woont of werkt, bouwt in principe AOW op. De hoogte van je AOW hangt onder andere af van je woonsituatie en van het aantal jaren dat je voor de AOW verzekerd bent geweest.
Heb je langere tijd in het buitenland gewoond?
Dan kan je AOW lager uitvallen. Voor ieder jaar waarin je niet verzekerd was voor de AOW, kan de opbouw lager zijn.
De AOW is belangrijk.
Maar voor veel mensen is het niet genoeg om hun huidige levensstijl volledig voort te zetten.
Daar komt je aanvullende pensioen om de hoek kijken.
De tweede pijler is het pensioen dat je via je werkgever opbouwt.
Werk je in loondienst? Dan bouw je vaak pensioen op via een pensioenregeling van je werkgever.
Hoeveel je later ontvangt, hangt onder andere af van je inkomen, je pensioenregeling en de periode waarin je pensioen opbouwt.
Heb je meerdere werkgevers gehad?
Dan kan je pensioen bij meerdere pensioenuitvoerders staan.
Een goede eerste stap is daarom simpel:
Kijk wat je al hebt opgebouwd.
Via Mijnpensioenoverzicht.nl kun je je opgebouwde pensioen en AOW bekijken.
Zie dit als je financiële vertrekpunt.
Want je kunt pas bepalen of je een pensioentekort hebt als je weet wat er al staat.
De derde pijler bestaat uit pensioenvoorzieningen die je zelf regelt.
Dit kan interessant zijn als je:
Een bekende mogelijkheid is een lijfrente.
Je kunt hiermee vermogen opbouwen via bijvoorbeeld een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrekening.
Onder voorwaarden kan je inleg aftrekbaar zijn in box 1. Later betaal je belasting over de uitkeringen.
Het voordeel zit dus niet in “geen belasting betalen”.
Het gaat vooral om belasting uitstellen en onder voorwaarden fiscaal voordelig vermogen opbouwen voor later.
Hier wordt het voor veel mensen interessant.
Je kunt niet onbeperkt geld met belastingvoordeel in een lijfrente stoppen.
Heb je een pensioentekort? Dan kun je mogelijk gebruikmaken van jaarruimte.
De hoogte daarvan hangt onder andere af van je inkomen en de pensioenopbouw die je al hebt. Voor 2026 wordt je jaarruimte bijvoorbeeld berekend op basis van je situatie in 2025.
Heb je in eerdere jaren je fiscale ruimte niet volledig gebruikt?
Dan kan er ook reserveringsruimte zijn.
Die ruimte kan ervoor zorgen dat je eerder niet-benutte jaarruimte alsnog kunt gebruiken. In 2026 kan onder voorwaarden ongebruikte ruimte uit eerdere jaren worden benut.
Kortom:
Heb je nog nooit naar je jaarruimte gekeken?
Dan kan hier een interessante eerste stap liggen.
Als je zelf aanvullend pensioen wilt opbouwen, zijn er verschillende mogelijkheden.
Twee bekende opties zijn pensioensparen en pensioenbeleggen.
Pensioensparen
Bij pensioensparen ligt de nadruk op zekerheid.
Je vermogen groeit door rente, maar het verwachte rendement is doorgaans beperkter dan bij beleggen.
Pensioenbeleggen
Bij pensioenbeleggen wordt je geld belegd.
Daarmee krijg je meer kans op rendement, maar de waarde kan ook dalen.
Welke keuze past?
Dat hangt onder andere af van:
Er is dus geen universeel “beste” keuze.
De beste keuze is de keuze die past bij jouw plan.
Pensioenplanning gaat verder dan alleen een pensioenrekening.
Je kunt ook vermogen opbouwen via:
Dat heeft een belangrijk voordeel.
Je houdt vaak meer vrijheid over je geld.
Bij een pensioenproduct gelden namelijk fiscale voorwaarden en kun je het opgebouwde vermogen niet zomaar op ieder moment vrij opnemen.
Daarom kan een combinatie interessant zijn.
Een deel van je vermogen voor later.
Een ander deel vrij beschikbaar.
Zo bouw je niet alleen vermogen op. Je bouwt ook flexibiliteit op.
Bij pensioen denken we vaak aan inkomen.
Maar kijk ook naar je uitgaven.
Stel:
Je ontvangt straks €2.700 netto per maand.
Maar je hebt nog een flinke hypotheeklast.
Dan heb je meer inkomen nodig dan iemand die zijn woning grotendeels heeft afgelost.
Daarom hoort je hypotheek bij een goede pensioenplanning.
Extra aflossen kan bijvoorbeeld zorgen voor lagere woonlasten later.
Je pensioen wordt daardoor niet hoger.
Maar je hebt mogelijk minder inkomen nodig om hetzelfde leven te betalen.
Dat is een belangrijk verschil.
De vraag is dus niet alleen: “Hoeveel pensioen krijg ik?”
Maar vooral: “Hoeveel inkomen heb ik straks nodig?”
Ben je ondernemer?
Dan verdient je pensioenplanning extra aandacht.
Als ondernemer bouw je niet automatisch via een werkgever aanvullend pensioen op. Je moet daarom vaak zelf zorgen voor extra vermogen voor later.
Dat kan bijvoorbeeld via:
Veel ondernemers denken: “Mijn bedrijf is mijn pensioen.”
Dat kan.
Maar daar zit ook een risico.
Je onderneming moet later verkoopbaar zijn.
En de onderneming moet op dat moment voldoende waarde hebben.
Daarom is het verstandig om niet volledig afhankelijk te zijn van één toekomstige verkoopprijs.
Een bedrijf kan je pensioen versterken. Maar het hoeft niet je hele pensioen te zijn.
Misschien is jouw doel niet “met pensioen gaan”.
Misschien wil je eerder stoppen met werken.
Bijvoorbeeld op je 62e.
Dan moet je een periode overbruggen voordat je AOW en andere pensioenuitkeringen ingaan.
Je hebt dan voldoende vermogen of inkomen nodig om die periode te financieren.
Denk bijvoorbeeld aan:
Stop je eerder met werken, dan kan dat ook gevolgen hebben voor je verdere pensioenopbouw en de hoogte van je pensioenuitkering.
Daarom is eerder stoppen vooral een planningsvraag.
Niet alleen een wens.
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag van allemaal.
Stel dat je denkt dat je later €2.700 netto per maand nodig hebt.
Je verwachte pensioeninkomen komt uit op €2.300.
Dan lijkt je tekort €400 per maand.
Maar daarmee ben je er nog niet.
Je moet ook kijken naar:
Een pensioenplan begint daarom niet bij de vraag:
“Welke pensioenrekening moet ik openen?”
Het begint bij:
“Hoe wil ik later leven?”
Daarna volgt de rekensom.
Een goede pensioenplanning kijkt naar het hele plaatje.
Niet alleen naar je pensioenpot.
Kijk bijvoorbeeld naar:
| Onderdeel | Vraag |
|---|---|
| AOW | Hoeveel AOW kan ik verwachten? |
| Werkgeverspensioen | Hoeveel pensioen heb ik opgebouwd? |
| Lijfrente | Heb ik fiscale ruimte om extra op te bouwen? |
| Spaargeld | Hoeveel vermogen heb ik vrij beschikbaar? |
| Beleggingen | Welk vermogen kan ik later gebruiken? |
| Woning | Welke rol speelt mijn overwaarde? |
| Hypotheek | Welke woonlast heb ik later? |
| Onderneming | Welke waarde verwacht ik uit mijn bedrijf? |
| Uitgaven | Hoeveel heb ik later per maand nodig? |
| Pensioendatum | Wanneer wil ik stoppen met werken? |
Als je deze onderdelen bij elkaar brengt, krijg je iets veel waardevollers dan alleen een pensioenbedrag.
Je krijgt inzicht in je financiële toekomst.
Je hoeft niet morgen je hele financiële leven om te gooien.
Begin gewoon hier:
Stap 1: Bekijk je huidige pensioen
Log in bij Mijnpensioenoverzicht.nl en bekijk je AOW en opgebouwde pensioen.
Stap 2: Bepaal je gewenste pensioendatum
Wil je doorwerken tot je AOW-leeftijd?
Of wil je eerder stoppen?
Stap 3: Bereken wat je later nodig hebt
Maak een realistische inschatting van je toekomstige maandelijkse uitgaven.
Stap 4: Controleer je jaarruimte
Heb je een pensioentekort? Kijk dan of je jaarruimte en eventueel reserveringsruimte hebt. De Belastingdienst heeft hiervoor een officieel hulpmiddel.
Stap 5: Kijk naar je hele vermogen
Neem niet alleen pensioen mee.
Kijk ook naar je hypotheek, spaargeld, beleggingen, woning en onderneming.
Dan pas kun je echt zien waar je staat.
Pensioen hoeft niet ingewikkeld te zijn.
De kern is eigenlijk heel simpel:
Als je dat weet, kun je keuzes maken.
Misschien hoef je helemaal niets extra’s te doen.
Misschien is extra pensioen opbouwen interessant.
Misschien past beleggen beter.
Of misschien zit een deel van de oplossing juist in je hypotheek of vermogen.
Voor ondernemers kan ook de waarde van de onderneming een belangrijke rol spelen.
Een goed pensioen adviseur kijkt daarom niet alleen naar één pensioenproduct.
Een goede pensioenplanning kijkt naar het totale financiële plaatje.
Bij Het Advieskantoor kijken we samen naar je pensioen, vermogen, hypotheek en toekomstige uitgaven.
Niet alleen naar de vraag hoeveel pensioen je krijgt.
Maar naar de vraag die er echt toe doet:
Is het genoeg voor het leven dat jij later wilt leiden?
Hoe eerder je dat weet, hoe meer mogelijkheden je hebt om bij te sturen.
Plan je pensioen niet pas wanneer het zover is.
Begin met inzicht.